TDFF Etappe 8; over moedige pogingen, innemend winnen, lelijk verliezen en schaamteloze fietsenstallingen.

Had u dat ook, beste Tourgazet-lezer? Eerst de gedachte dat het nu wel klaar was met die strijd om de seconden, dan plotseling dat klamme handjesgevoel en het niet kunnen inschatten van het verschil tussen Vollering en haar twee achtervolgers door de vertekening van de telelens die de cameraman achterop de motor gebruikt. De voorlaatste rit naar Nice zou zogenaamd een vlakke zijn, met kansen voor de sprinters die in het peloton over de heuveltjes konden geraken. Er waren dan weliswaar op een kilometer of twintig van de finish die twee klimmetjes van de vierde categorie, maar die zouden weinig effect op het verloop van de wedstrijd hebben, aldus menig wieleranalist. Op een kilometer of zes van de streep zou er dan eventjes écht geklommen moeten worden. Alhoewel de Chemin de l'Arieta slechts een korte beklimming is, met een stijging van 13,8 procent gemiddeld, is het geen sinecure voor de wat zwaardere rensters.

Loes Adegeest en Maeva Squiban begonnen de dag met een langetermijninitiatief en waagden het er vroeg in de etappe op en ontsnapten. Hun voorsprong - die lang rond de drie minuten bedroeg - was al voor het minder vlakke deel van de rit naar twee minuten geslonken. 

130 kilometer met z'n tweetjes net zo snel rijden als een heel peloton, je moet er maar de moed voor hebben. Misschien waren de berekeningen qua tijd en inspanning, gelijk aan die bij de verbouwing van het Binnenhof, toch wat te rooskleurig becijferd. Voor Squiban eindigde haar aanval en hoop op de ritzege bitter. Ze kwam hard ten val en moest met pijn aan de arm haar wedstrijd vervolgen. 

De beelden en vooral de klaagzang van haar, tijdens de behandeling van de Tourarts deden vermoeden dat er flinke schade was opgelopen. Net zoals bij de zogenaamde restauratie en modernisering van het Binnenhof, het proces, ongeacht de kosten, niet meer te stoppen is, en bijvoorbeeld de fietsenstalling, uit protest gesaboteerd door een plaatselijke stratenmaker omdat de huidige politici die van een fiets gebruikmaken toch maar gewoon met de populistische wind mee fietsen, voor de zoveelste keer opnieuw moet worden ontworpen en vervangen, was er ook voor Squiban geen weg terug.

Richting het einde van de etappe poogden de beste sprintsters zich zo gunstig mogelijk te positioneren, om zonder al te veel schade de stevige klim door te komen. Dat gold ook voor Lorena Wiebes, toen nog favoriet voor de ritzege. Ook Adegeest, die inmiddels alleen op kop reed, kon haar voorsprong niet vasthouden en werd nog voor de finale ingehaald door de klassementsrensters.

Aan de voet van de Chemi de l'Arieta zette Vollering de ultieme aanval in. Op die loodzware klim mislukten pogingen één en twee - Niewiedoma haakte beide keren knap weer aan. Maar drie keer bleek voor Vollering scheepsrecht. Aan het einde van de klim sloeg ze, zoals uw verslaggever gisteren al voorspelde, toch een gaatje en reed weg van haar Poolse tegenstandster, die na afloop een slechte verliezer bleek te zijn. In de laatste kilometers liep Vollering in haar eentje steeds verder uit en greep van het duo dat haar achtervolgde en reed met genoeg seconden voorsprong over de meet om zowel de etappezege als de eerste plaats in het klassement veilig te stellen.

Terwijl een groot deel van de Nederlandse radiozendtijd wordt besteed om via bijvoorbeeld de Taalstaat een ander woord voor schaamlippen, dat slechts een accurate en functioneel juiste omschrijving lijkt te zijn, te zoeken, en uw onraadreporter in Vlaanderen daar al zo vaak het alternatief, Flamoes Flappen, heeft gehoord, beginnen de rensters straks aan de slotrit in de Tour de France Femmes.

Het is een etappe die we kennen uit Parijs-Nice, waarbij er meerdere keren een omloop wordt gereden waarin de Col d’Eze het zwaartepunt vormt. De vierde en laatste keer wordt deze klim van de zwaarste kant beklommen, waarna de finish vijftien kilometer dalen in Nice ligt getrokken. Zoals u weet, is de slotetappe in Parijs-Nice bij de mannen ieder jaar weer goed voor verrassingen en spectaculaire omwentelingen van wat er eerder in de week is gebeurd. Nu koersen we met de vrouwen exact op dat terrein en zou je dus eenzelfde soort spektakel kunnen verwachten.

We starten en finishen in Nice, op de Promenade des Anglais. Nadien tekende de parcoursbouwer enkele lokale ronden uit rond de iconische Col d’Èze. Eerst wacht drie keer een lange ronde van 23 kilometer, waarbij de Col d’Èze vrijwel meteen op het menu staat. Het gaat dan wel over de kant vanuit Nice met een afstand van zo’n 7,7 kilometer aan 5,9%. Via Villefranche-sur-Mer dalen ze terug naar Nice. Die ronde staat drie keer op het menu, goed voor de eerste 70 kilometer van de rit.

Maar de Tour Femmes zou de Tour Femmes niet zijn als er niet nog een extraatje zou worden toegevoegd in een pittige slotronde. In aanloop naar een andere flank van de Col d’Èze doemt plots de brutale Chemin du Vinaigrier op. Een monster, want de percentages zullen stijgen tot 16%. Alles samen gaat het om 6 kilometer aan 7,6%, waardoor de passage wel wat korter maar dus ook steiler en zwaarder uitvalt dan de voorgaande beklimmingen van de Col d’Èze. Nadien wachten nog vijftien dalende kilometers, waarin er ook nog van alles kan gebeuren.

Op de Col d’Èze zullen renners die nog een ultieme gooi naar de eindzege in de Tour Femmes willen doen, dus al hun kaarten op tafel moeten gooien. Explosiviteit kan goed van pas komen, aangezien de etappe maar 99 kilometer kort is en de beklimmingen nooit écht lang worden. Op de Promenade des Anglais zal vervolgens het eindpodium van de Tour de France Femmes worden opgesteld en daar worden de truiwinnaars gehuldigd na negen zware dagen koers. 

1 opmerking: